De berg Igman huilt

Aan de voet van berg Igman staan de huizen die geleden hebben onder de laatste oorlog in de jaren 90 van de vorige eeuw. Ze zijn deels herbouwd, opgeknapt en gerenoveerd deels herbouwd. Het ziet er vredig uit.

Net zo vredig als de dag dat in 1992 de stad belegerd werd. We zijn in de wijk Hrasnica Ilidza van de kanton Sarajevo. Lopend en rijdend door de stad wordt nog meer zichtbaar hoe het leven er zo’n 20 jaar geleden uit moet hebben gezien. Over straat kon je niet omdat er overal sluipschutters waren en de straten urenlang door granaten werd bestookt. Dag in dag uit. Maand in maand uit. Ik zit aan een tafel in een prachtig huis te praten met een vader van een hartsvriendin. Over het ontstaan van de laatste oorlog. Precies op de plek waar zijn gezin ruim 23 geleden zat toen een granaat het huis trof.

Dat ze leven mag een wonder heten. Dat het huis er nog staat een nog groter wonder. Even kijk ik om me heen om me voor te stellen hoe die angstige minuten moeten zijn geweest waarin je niet weet of de ander er nog is. Het is aardedonker iedereen zit onder het gruis van puin en onder het puin. Vader is direct van mening dat het genoeg is geweest. Zijn gezin moet nu echt weg. Vluchten. Zoals hij met zijn dappere moeder vluchtte uit een brandend huis in WOII in Monte Negro.

Er woont een generatie in Bosnië-Herzegovina en alle andere delen van voormalig Joegoslavië die geen oorlog kent maar wie de geschiedenis van de Balkan kent weet dat elke generatie met een oorlog te maken krijgt. En het broeit er weer onder de oppervlakte. Niet omdat de bewoners het willen maar omdat het ze weer overkomt.

Het geloof speelt een grote invloed bij de vele conflicten. Velen zijn Moslim. Al eeuwen lang sinds de Ottomanen het land innamen. Ook nadat deze verdreven werden bleef een deel Moslim. Hoewel de inwoners vredig en verbroederend leven slaat soms de vlam in de pan door een radicaliserende factor.

In de jaren 90 heette deze Milosovic nu heet deze Arabier. Ze komen vanuit het midden oosten om land en rechten te kopen. Nemen hun radicale moslim ideeën mee. De vrouw moet gesluierd. De Sharia leidend zijn enz enz.

Het brengt geld in het laatje van een land waar het economisch slecht gaat. De lonen zijn laag de prijzen in verhouding duur. Het kent geen sociaal systeem zoals wij het kennen. Geen werk is geen geld. De gezondheidszorg heeft dan weliswaar goede artsen maar ziek zijn kost geld. Een verzekering zoals wij hebben is er niet. Een operatie kan jou je huis kosten. En de politiek? Corruptie verdeeld de mensen.

Tegen dat licht komen Arabieren investeren. Ze kopen alles wat ze zien en vallen op. Mannen met meerdere vrouwen in chakors en nikaps bevolken de parken. Het is een vreemd gezicht. Waar de moslim bevolking nauwelijks een hoofddoek draagt worden ze door vreemden opgedragen zich te bedekken. Er is verzet.

De jonge generatie groeit op met die radicale gedachten. Ze gaan naar de scholen die gebouwd zijn door Arabieren. Melden zich aan bij IS. Hun monden worden gevoed door de radicalen. Terwijl de ‘ouderen’ hun ouders, mijn leeftijd, en hun groot en overgrootouders met angst toekijken. De laatste oorlog (ook om het geloof) ligt nog vers in hun geheugen.

Het broeit in Sarajevo. Alweer. Niet omdat de Bosniërs dat willen maar omdat het ze weer overkomt. Omdat het weer radicaliseert.